“Drachenzähne in Farbe” – Herzogenrath: Käfer; Drachenzähne – In Farbe was een sociaal kunstproject naar aanleiding van 75-jaar Bevrijding van de Nationaal Socialisten. Bij gelegenheid van de Monumentendag op 13 september 2020, herinnert de ‘Rheinische Verein’ op een vijftal plaatsen van Herzogenrath tot in Hellenthal aan dit geschenk voor de vrijheid. Betreffende plekken verbinden een bouwkundige eenheid, t.w. : de Westwall. Ooit gebouwd met als doel naburige vijanden tegen te houden, is het vanaf die dag een trefpunt van vrienden geworden (‘Rheinischer Verein für Katholische Arbeiterkolonien e.V.’).

Westwall / Siegfriedlinie

Het plan van Hitler om  in het Oosten ‚Lebensraum‘ te veroveren, moest wel op tegenstand van Frankrijk en Groot Brittannië stuiten, omdat deze landen zich tot bijstand verplicht hadden.
Om een  aanval vanuit het Westen af te weren, maar ook al vanwege afschrikking, is in 1936 bevolen tot de aanleg van de zgn. ‚Westwall‘.
De Westwall reikte in het Zuiden aan de grens met Zwitserland tot in het Noorden aan de Nederrijn.
Op alle tactische locaties werden ook nog bunkers geplaatst, zodat er op veel plekken twee imposante verdedigingslinies ontstonden.
De linie werd gekenmerkt door anti-tank grachten en anti-tank muren, maar overwegend door 4 à 5 rijen betonnen bulten oftwel drakentanden genaamd, met als doel aanvallen met tanks af te slaan. Anti-tank kanonnen en zware mitrailleurs vormden de bewapening.
Na de succesvolle veldtocht in Polen en de succesvolle opmars in West-Europa, werden de zware wapens  verplaatst naar de verdedigingslinie aan de Atlantische Oceaan (Atlantikwall).
Na de invasie van de geallieerden, zou de ‚Westwall’ weer  geactiveerd worden. Maar een effectieve verdedigingsparaatheid kon niet worden geëffectueerd, omdat niet alleen de zware wapens ontbraken maar ook de benodigde soldaten en zelfs sleutels van bunkers onvindbaar bleken.
De ‚Westwall‘, de Siegfriedlinie, was voor de geallieerden meer een psychologisch hindernis dan dat het dat feitelijk was, omdat de verdedigingslinie slechts leidde tot kortstondig oponthoud.
De naam ‚Siegfriedlinie‘ is kenmerkend voor de grenssituatie: Buurschap werd vreemdheid.

Peter Dinninghoff

(Rheinischer Verein für Katholische Arbeiterkolonien e. V.)

De grijze bulten zijn alomtegenwoordig in het D/NL-grensgebied van de stadsregio Aken, tegenwoordig vaak nauw verweven met de natuur in groene weiden of bossen. Ze vormen een grijs, somber gedenkteken en daarom was het in september 2020 een kleurrijk lichtpuntje toen in Herzogenrath/Pannesheide het kunstwerk ons eraan herinnerde dat we al bijna 80 jaar in vrede en vrijheid leven.

Het project “Drakentanden – in kleur” van de Rheinischer Verein für Katholische Arbeiterkolonien e.V. werd in Herzogenrath met de installatie “Käfer” van de kunstenaars Vera Sous en Ana Sous en de kunstenaar Thomas Bortfeldt samen met de Ahoi Group uitgevoerd. Andere haltes langs de drakentanden linie, ontworpen door andere kunstenaarsgroepen, lagen in Aken, Roetgen, Simmerath en Hellenthal.

Scroll naar boven

Ooggetuigenverslag

Getuigenverslag Paul Büttgenbach jun. (22.05.1935 – 28.05.2021)

Onder dank vrijgegeven door www.geschichtsfreunde-kohlscheid.de (Erich Hallmann)

De familie leefde in Pannesheide, Roermonder Straße 388, een voormalig gebouw van ‚Hillko‘, dat door Karl Büttgenbach, de broer van mijn vader (Paul Büttgenbachsenior, leraar in Kohlscheid) is aangekocht.

Samen met zijn familie, heeft mijn vader zich aan de gedwongen evacuering onttrokken. Dat had tot gevolg dat de familie een maanda lang op zolder van een nabij gelegen pand, Mijn vader en mijn broer hebben dakpannen aan de kant geschoven om te kijken of mensen of SS-ers richting de woning zouden komen. Wij kinderen moesten dag en nacht absoluut stil zijn. De waskeuken, de badkamer en het toilet bevonden zich in het naastgelegen pand waar wij ons op de zolder verschansten. Er mocht geen vuur worden gemaakt met als gevolg dat we  aardappelen en andere levensmiddelen rauw moesten eten. Er was niets anders dan het hooi waarop we sliepen. Het huis moest van buitenaf absoluut onbewoond lijken en ‘s nachts  konden m’n ouders de benodigde levensmiddelen uit de kelder van het huis halen. Toen in de herfst van 1944 de SS de evacuering beëindigde, konden we weer huiswaarts.

De eerste plek als leraar vervulde Paul Bütgenbach sr. Na de WO 1 aan de katholieke Volksschule Klinkheid. Van daaruit wissekde hij zijn werkplek naar de katholieke Volksschule Pannesheide. Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderrichtte hij daar samen met drie andere personen, t.w.: de heer Hermann Koch (schoolleiding), juffrouw Rothkranz en juffrouw Therese Nießen. Dit duurde tot het moment dat alle scholen in Kohlscheid  door de Amerikanen werden gesloten.

Ondanks dreigend ontslag bood mijn vader standvastig verzet om toe te treden tot de NSDAP.

Paul Büttgenbach  22.05.1935  28.05.2021 Herinneringen uit de kindertijd en lerarentijd, Geschiedenuis en Verhalen.

De Duitse soldaten waren in de woning van de overburen, de familie Fest, ingekwartierfd. Elke dag kwamen de soldaten naar ons om zich bij ons thuis te wassen. Daarom hadden we ook nauw contact met deze soldaten.

Het gebied tussen de Duits-Nederlandse grens en boerderij Küppers, voormalig Fest, is door de Duitse soldaten vol gelegd met landmijnen. Vanwege het goede contact met de Duitse soldaten, beschikte mijn vader over een overzicht waar de mijnen lagen. Dat was ook de reden waarom wij zonder enig gevaar door dit gebied konden lopen. Tijdens een zondagmiddag vóór de evacuatie, kwam vanuit Nederland een Amerikaanse jeep aangereden. De jeep reed over de Roermonder Straße  richting Kolscheid dwars door het gebied dat bezaakid lag met mijnen. Ze reden door tot aan de anti-tank versperring (Höcckerlinie). We waren allemaal gespannen en bang wat er zou gaan gebeuren. Korte tijd later kwam de jeep terug en reed ter hoogte van het douanekantoor op een mijn. Deze ontplofte. De jeep werd volledig verwoest en autoonderdelen vlogen meerdere honderden meters door de lucht en beschadigden de nabij geleghen huizen. De vier Amerikaanse soldaten verloren daarbij hun leven. Door de ontploffing werden meerdere ruiten van ons huis vernield en omdat er geen glas te krijgen was, werden de ramen gedicht met karton en houten panelen. Dat was de eerste keer dat Amerikaanse soldaten bij deze grensovergang op Duits grondgebied kwamen.

De Nederlandse gemeenteontvanger (namens de burgemeester) kende mijn vader goed. Hij wist dat mijn vader geen partijlid was en raadde daarom enkele dagen na deze verschrikkelijke gebeuretenis de Amerikanen aan contact om met mijn vader op te nemen. Twee Amerikaanse soldaten kwamen daarop naar ons huis en klopten met hun geweerklolven op de deur en mijn vader opende de deur. Zij droegen hem op om als ‚boodschapper‘ op te treden en naar de Duitse soldaten te gaan die gelegerd waren in de Villa Treudler aan de Roermonder Straße. Thans (anno 2018) is hier het ‚Paritätische Hilfswerk‘ gehuisvest en is het in gebruik als huisvesting voor gehandicapten. Mijn vader zou de Duitse soldaten moeten meedelen dat ze zich zouden moeten overgeven en hij zou een wit doek over zijn arm moeten dragen zodat men kon zien dat hij met goede bedoelingen zou komen. Mijn vader weigerde het witte doek op te pakken omdat hij wist dat de Duiste soldaten hem zouden herkennen. Aan mijn moeder zei hij: „Ik loop tot aan de  Umgehungsstraße en kom dan terug met de opmerking dat de Duitse soldaten me geen doorgang verleenden.“ . Dat bleek zijn grote vergissing te zijn, immers de beide Amerikaanse soldaten begeleidden mijn vader met doorgeladen MG tot aan de Umgehungsstraße. Daar aangekomen gingen zij op de grond liggen en richtten het wapen op mijn vader die van daaruit allen verder moest. De Duitsers die in de Villa gelegerd waren, zagen mijn vader aankomen en herkenden hem. Tot dat moment verliep alles zonder enig gevaar. Mijn vader bracht de boodschap van de Amerikanen  over om zich over te geven. De Duitsers echter verklaarden dat zij zonder toestemming van het hoofdkwartier dat in de Villa Burkhardt gehuisvest was,  hierover niet konden beslkissen. Met deze boodschap keerde mijn vader terug naar de Amerikaanse soldaten. Daarop verlieten de Amerikaanse soldaten het gehucht Pannesheide richting Nederland met de opmerking: „Dan leven zij morgen allemaal niet meer“.