Hoeve Vest/Boerderijhoeve ‚Bau‘

(Roermonder Str. 135 – 2023 Openbaar Lichaam Eurode)

Een grote, monumentale boerderij uit de 18e eeuw siert met zijn 9 raam-brede façade het Zuidelijkste punt van de Eurode Geschiedenismijl. In totaal omsluit een viertal delen van het gebouwencomplex een binnenhof. We spreken dan ook van een zogenaamde Frankische boerderij. Voorzien van een eigen, 30 meter diepe waterput, een groot bakhuis, veestallen, schuren, groetentuin en fruitweiden, vormt dit alles de basis voor zelfvoorziening.
Deze boerderij was met zijn eigenaren eng verbonden met de mijngeschiedenis rond Pannesheide en Bleijerheide. Zelfs de kolen- en industrie magnaat Charles James Cockerill (1787-1837) was een tijd lang eigenaar van deze fraaie boerenhoeve.
Aan de voorkant van de boerderij, links van de mooie tuin, stonden in het verleden mijnbouw gerelateerde gebouwtjes met meerdere schachten.
De eigendom van de hoeve strekte zich deels uit over Duits grondgebied en deels over Nederlands grondgebied.
De nationaalsocialistische Boerenideologie van het Derde Rijk zorgde er voor dat de boerenhoeve voortaan „Erfhoeve Vest“ heette.

Peter Dinninghoff

Sluit-gevelsteen Hoeve Vest (www.geschichtsfreunde-kohlscheid.de/Erich Hallmann)

„Op het uiteinde van de Roermond Straße ligt op nummer 135 een grote carré boerderij, met een brede façade bestaande uit 9 ramen. De boerderij heette na 1800 „Neu-Bau“, vervolgens „Gut-Bau“ en in 1936 – volgens de nationaal socialistische wetgeving – vanwege de omvang, het landbouw gebruik en de tenaamstelling van de eigenaar – „Erfhoeve-Vest“. De gevel-sluitsteen in de torenboog aan de straatkant, laat de ouderdom van de boerderij zien. Naast het jaartal 1786, zijn in de steen tevens de namen „Martinus Vaessen“ en „Anna Maria Kuckelkorn“ te lezen“ (einde citaat -Duitse versie- uit de boeken van Jozsef Aretz).
De echtelieden M. Vaessen/A.M. Kuckelkorn exploiteerden niet alleen een groot, uitgestrekt landbouwbedrijf. Samen met hun kinderen waren zijn tevens uitbater van een café dat hier nog vele tientallen jaren later te vinden is. De door de familie aangekochte en aan hen toebehorende mijnzetel, verslond echter hun vermogen. In 1822 is bij het Hypoyheekambt in Aken een hypoyheek ingeschreven van meer dan 13.000 Taler.
Ofschoon M. Vaessen zijn aandelen aan de Mijnzetel Neulaurweg, aan mevrouw Englerth in eigendom kon overdragen, moest hij in 1824 zelfs zijn boerderij aan Charles James Cockerill uit Aken verkopen.
Voor de in Pruisen gelegen gebouwen en landerijen ontving hij 8.500 Taler en voor de „Belgische“ (NL) onroerende zaken 1.500 Taler. De hele eigendomsoverdracht bracht evenwel onvoldoende op om de schuldenaren tegemoet te komen.
Oktober 1840; na het overlijden van de echtelieden Karl James Cockerill/Karolina Elisabeth Pastor werd ten kantore van notaris Weiler in Aken, het door de broers en zussen Vaeßen gehuurde en bewoonde  cafégedeelte van de boerenhoeve „Neubau“ (Roermonderstr.) openbaar verkocht.
De boerderij omvatte het woonhuis aan de landweg  met binnenhof, schuur, stallen, smidse, tuin, huiswei en akkerland, in totaal een oppervlakte van 14 ‚morgen‘ (oppervlakte maat). Daarbij komen nog 24 akkers, weiden, beemden en 1 morgen aan bos gelegen aan de „Funkeisberg“(???). De getaxeerde waarde van het geheel bedroeg 14.566 Taler.
22 januari 1845: het in Pannesheide aan de Roermonder Straße gelegen boerenhoeve „Neu-Bau“ wordt op dat moment nog altijd door de broers en zussen Vaeßen bewoond. De toenmalige eigenaar, de heer M.J. Berens uit Heinsberg wilde de hoeve via notaris Corneli uit Herzogenrath per 15.03.1845 opnieuw verpachten aan de meestbiedende en wel voor een periode van zes jaar.
Tot de hoeve behoorden het grote woonhuis, het café gedeelte, groetentuin en boomgaarden, akkers, weilanden en bospercelen, samen groot 52 plaatseloijke morgen.
Waar nu aan de linkerzijde aan de voorkant van het woonhuis de bloementuin is, zijn tussen 1800 en 1810 twee schachten op de steenkolenlaag ‚Merl‘ gedicht.

Scroll naar boven