Tram

Lijn 16 bij douane-overgang Pannesheide (Foto: Stadtarchiv Herzogenrath)

Op 28 mei 1902 werd de elektrische spoorweg van Aken (Ponttor) via Kohlscheid naar Herzogenrath in gebruik genomen door het bedrijf REKA, dat verantwoordelijk was voor de elektriciteitsvoorziening. Deze lijn liep langs de Neustraße.

De oorsprong van het spoorwegnet was echter al gelegd door de steenkoolwinning in het gebied rondom de Worm. In 1901 diende Bergassessor Stanislaus Klemme (1857-1935), gemeenteraadslid en directeur van de Vereinigungsgesellschaft für Steinkohlenbau im Wurmrevier, een aanvraag in om de mijnen Neulaurweg en Neuvoccart aan te sluiten op de spoorweg, die op dat moment in aanbouw was, omdat deze dringend nodig was voor de mijnexploitatie. Op 12 februari 1902 werd het eerste baanvak Ponttor – Laurensberg – Richterich – Kohlscheid van de Rheinische Elektricitäts- und Kleinbahnen AG (REKA) in gebruik genomen, gevolgd door de verlenging naar Herzogenrath via Kerkrade in mei 1902. De REKA bouwde haar tramremise in Kohlscheid, in het gebouw waar tegenwoordig de EDEKA is gevestigd.

Omdat de tram de grens twee keer passeerde, bij de douaneposten Pannesheide en Aachener Straße, werd er op 22 maart 1909 een verordening uitgevaardigd om de douaneafhandeling te vergemakkelijken. Douaneplichtige artikelen werden bij het eerste douanestation ingesloten en bij de tweede grensovergang weer geopend door de douanebeambten.

In 1914 werd langs de Neustraße een prikkeldraadversperring van ongeveer 2 meter hoog geplaatst door zowel de Nederlandse als de Duitse kant. De sporen lagen nu achter het grenshek voor de mensen van Kerkrade en toegang was alleen mogelijk vanaf de Duitse kant.

Tussen de twee wereldoorlogen verdween het hek en in 1939 werd het opnieuw opgebouwd in het midden van de weg aan Duitse zijde. Het hek liep vlak langs het spoor, dat aan de Duitse kant lag.

Op 5 oktober 1944 werd Kerkrade bevrijd door de 30ste Infanteriedivisie “Old Hickory”. Het grenshek werd na de bevrijding van Kerkrade door de burgers afgebroken, maar werd meteen weer opgebouwd door de geallieerden. Op 23 april 1949 voerde de Nederlandse regering een grenscorrectie door. De grens bij de Neustraße werd 6 meter naar het oosten verplaatst en een 2,30 m hoog hek werd weer direct bij de sporen geplaatst. Dit leidde vaak tot gevaarlijke situaties en daarom vaardigde ASEAG op 21 augustus 1957 verordening nr. 44/57 uit:

(Euregio Tram-Revue, R. Bimmermann u. W. R. Reimann)

Het overstappunt Kerkrade-Holz met rijtuig 6313 richting Elisenbrunnen laat zien hoe dicht de spoorlijn langs het grenshek liep. In de bocht stond het rijtuig zo scheef dat de bewoners vaak dachten dat het elk moment kon ontsporen.

De tram ter hoogte van de kruising Holzstraat, ca. eind 1950-er jaren (Euregio Tram-Revue, R. Bimmermann en W. R. Reimann)

In het begin van de jaren 1950 introduceerde de ASEAG snellijnen. Deze lijnen stopten alleen op belangrijke knooppunten, haalden onderweg soms gewone treinen in en konden daardoor aanzienlijk sneller rijden. Vanaf 14 oktober 1951 reed de snellijn C (Aachen Theater – Herzogenrath – Merkstein) aanvankelijk elk uur, later incidenteel elk half uur. Lijn C werd in 1956 omgedoopt tot H vanwege zijn bestemming – in de tussentijd reed hij alleen tot Herzogenrath.

In 1953 werd in een deskundigenrapport in opdracht van de ASEAG voorgesteld om grote delen van het streeknet op te heffen. De lijnen werden overgenomen door bussen.

De lijnen 16 en H, baanvak Pannesheide – Herzogenrath – Merkstein, werden op 23 november 1959 opgeheven. Dit werd op 24 oktober 1960 gevolgd door de sluiting van het baanvak dat aan het zuidelijke uiteinde van de Neustraße nog de lijn Pannesheide – Aken bediende.

Na de stillegging van de tram werden de sporen in de loop der jaren verwijderd.

Er zijn nauwelijks nog overblijfselen te zien van het grote streeknet; de meeste tracés die op of parallel aan wegen liepen, werden gebruikt om de rijbaan te verbreden tijdens de aanleg van wegen. Sommige van de voormalige tracés worden ook gebruikt als voet- of fietspaden.

1885 Neustraße bij Pannesheide (richting Herzogenrath). Rechts het smalspoor waarop paarden lege kolenwagons naar de mijn Neu-Prick of Voccart transporteren. De kolenmijn beschikte al vele jaren over een smalspoor met paardentram tussen de kolenmijn en het station Kohlscheid. Op 9 juni 1902 werd deze aangesloten op de smalspoorlijn Aken-Herzogenrath en vanaf dat moment werden er ook elektrisch aangedreven goederenwagons gebruikt.

De schachten van alle mijnen van de “Vereinigungsgesellschaft für Steinkohlenbergbau im Wurmrevier” waren verbonden door een 17 km lang ondergronds spoornetwerk voor transport met  paarden. Met uitzondering van de mijnen Neu-Prick (NL) en Voccart (D) in het noorden. Hier lag bovengronds een smalspoor (555 mm breed) en werden de kolenwagens met paardenkracht vervoerd via de huidige Pricksteenweg en Nieuwstraat naar het station Kohlscheid. 6 – 7 paarden trokken de wagens. De kolenwagens werden door paarden over de schuine steengangen naar de schacht getrokken. Bovengronds werden de kolen gesorteerd in zeven soorten en vervolgens vervoerd over een smalspoor. Deze “treinen” bestonden uit anderhalve meter hoge lorries die door paarden (meestal 6 of 7) werden getrokken.
Het vervoer naar Kohlscheid was een monopolie van de drie gebroeders Leuchter in Kerkrade, die hiervoor 35 paarden op stal hadden staan. Ze vervoerden niet alleen kolen van de Neuprick, maar ook van de Voccart. Voor een “trein”, in de regel 15 lorries van één ton, ontvingen ze 5 Mark.

In Kohlscheid werden de kolen in normale wagons geladen en verder vervoerd naar de klanten. De afstand naar Kohlscheid, ongeveer 7 km, werd in anderhalf uur afgelegd.  De stallen van de familie Leuchter stonden in de Nieuwstraat. Een eigen smederij zorgde voor stevige hoefijzers. Naast steenkool vervoerden de gebroeders Leuchter ook af en toe “ladingen” voor de twee mijnen, zoals ketels van 35.000 ton. Hiervoor waren 20 paarden nodig om ze in het gareel te krijgen.

In verband met het kleine wagenpark werd het ondergrondse transport in Neuprick stopgezet als er 50 wagens bovengronds onderweg waren. Een speciaal signaal werd dan gebruikt om de Voccart te waarschuwen om lege wagens te sturen zodat het kolentransport in Neuprick normaal door kon gaan. In 1902 werd de elektrische tramlijn van Aken naar Herzogenrath met een aftakking naar Neuprick in gebruik genomen. Dit betekende het einde voor de paardentram. Voortaan werden de kolen op brede platte wagens via deze tramlijn naar Kohlscheid vervoerd. De 35 paarden werden openbaar geveild.
(Bron: DeMijnen.nl)

Halte kruising Holz tussen beide wereldoorlogen. (Gemeentearchief Kerkrade)

Die Förderschächte aller Gruben der ,,Vereinigungsgesellschaft für Steinkohlebergbau im Wurmrevier” waren durch ein 17km langes unterirdisches Schienennetz für eine Pferdeförderung miteinander verbunden. Mit Ausnahme der im Norden gelegenen Gruben Neu-Prick (NL) und Voccart (D). Hier existiere oberirdisch ein Schmalspurgleis (555 mm breit) und die Kohlewagen wurden mit Pferdekraft über den heutigen Pricksteenweg und die Nieuwstraat zum Bahnhof Kohlscheid transportiert. 6-7 Pferde zogen die Loren.

Lid van de Military Police aan de kruising Holz, 5 april 1947 (Foto H. Herder)

Douanekantoor Aachener Straße 1957: een douanebeambte wacht op de tram om deze te controleren (Euregio Tram-Revue, R. Bimmermann u. W. R. Reimann)

Literatuur

Reiner Bimmermann: Aachener Straßenbahn. Band 1: Geschichte. Schweers+Wall, Aachen 1999, ISBN 3-89494-116-2

Josef Aretz: Kohlscheider Bergwerke. 2.Auflage 1987, Herzogenrath 1986

Ottmar Krettek, Peter Herberholz: Straßenbahnen im Aachener Dreiländereck. Alba-Verlag, Düsseldorf 1980, ISBN 3-87094-323-8

Reiner Bimmermann, Wolfgang R. Reimann, Euregio Tram-Revue, Aachen – Eupen – Verviers, Verlag Wolfgang R. Reimann, ISBN 978-3-00-035974-3

Marcel Cremer-Chapé: ASEAG – 50 Jahre Energieversorgung, 70 Jahre Straßenbahn – Ein Blick in Vergangenheit und Gegenwart, Aachen 1950 (Festschrift der ASEAG)

Dieter Höltge, Axel Reuther: Straßen- und Stadtbahnen in Deutschland. Band 7: Aachen, Düren, Köln. EK-Verlag, Freiburg 2001, ISBN 3-88255-338-3

Hans Schweers, Henning Wall: Bilder von der Aachener Straßenbahn. Schweers+Wall, 2. Auflage, Krefeld/Aachen 1981, ISBN 3-921679-18-4

Scroll naar boven