WMC – Wereld Muziek Concours

Voor het welslagen van het derde Wereldmuziekconcours heeft de Stichting WMC het initiatief genomen om de Kerkraadse bevolking een taalcursus Frans, Engels en Italiaans aan te bieden. Het initiatief haalde de binnenlandse en buitenlandse media. Op maandagavond 4 november 1957 werd de eerste taalcursus gegeven. De opening kreeg speciaal cachet door het voorlezen van een telegram van Z.K.H. Prins Bernard, beschermheer van het WMC, een telegram van Mr. René Höppener, staatssecretaris voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, maar zeker door de toespraak van Mr. Dr. Houben, Commissaris der Koningin in Limburg. De opening werd muzikaal opgeluisterd door harmonie St. Pancratius, die een bord voor zich uitdroegen met de tekst: Wij gaan weer naar school (Gemeentearchief Kerkrader)

Het Wereld Muziek Concours vond de eerste keer plaats in augustus 1951 in Kerkrade. In 1949 nodigden de twee Kerkraadse harmonieorkesten (Harmonie St. Aemiliaan en Harmonie St. Pancratius 1949) een Engelse mijnband (Frickeley Colliery Band) uit. Zo ontstond het idee om een internationaal muziekfestival te organiseren.

De oprichtende muziekkorpsen:

Harmonie St. Aemiliaan, ook wel bekend onder de naam „Harmonie van Bleijerheide“, werd in 1901 opgericht. Harmonie St. Pancratius van Groot Nulland werd op 27 januari 1918 opgericht. In 2013 is de harmonie gefuseerd met het „Koninklijk Harmonieorkest Kerkrade“. Dit is de oudste harmonie van Kerkrade en wordt daarom ook wel „De Auw“ genoemd (opgericht op 6 mei 1843 als Koninklijke Harmonie St. Caecilia 1843 Kerkrade).

Op 8 augustus 1950 werd een gezamenlijk organisatiecomité gevormd en een jaar later vond de eerste internationale wedstrijd plaats. Tot 1959 heette dit feest nog Internationaal Muziekconcours en werd daarna pas ombenoemd tot WMC (Wereld Muziek Concours). Vanaf dat moment zou het evenement om de vier jaar herhaald worden, omdat het aantal deelnemers en daarmee de organisatorische lasten van jaar tot jaar toenamen.

(Bron: kerkradewiki.nl)

Tegenwoordig wordt het concours georganiseerd door de WMC Foundation en is het een internationaal blaasmuziekfestival met wedstrijden voor blaasorkesten, slagwerkensembles, brassbands, marching bands, showbands en dirigenten, waar musici en bezoekers uit verschillende landen elkaar ontmoeten om samen muziek te maken. Ongeveer 19.000 muzikanten en 200.000 bezoekers begeleiden het festival.

In Duitsland hadden de mijnwerkerskorpsen een lange traditie met hun uniformen en de mars “Glück auf, der Steiger kommt”. Deze vindt zijn oorsprong in de 17e eeuw in Saksen. In januari 1892 werd in Kerkrade het eerste mijnwerkerskorps van Nederland opgericht, naar het schijnt door de toenmalige directeur van de Domaniale, August Wilhelm Otto Maria von Pelser Berensberg, die zich liet inspireren door de traditie van mijnwerkerskorpsen aan de Duitse kant. Veel muzikanten kwamen van  de harmonieën St. Pancratius en St. Caecilia. De uniformen en de muziekinstrumenten werden betaald door de directeur van de Domaniale. Zo waren de muzikanten in hun uniformen iets bijzonders in die tijd. Al in 1894 won de mijnwerkerskapel op een muziekfestival in Antwerpen een gouden medaille voor de muzikale prestatie en een geldprijs voor het meest originele uniform.

Hoewel het zwaartepunt van de optredens van de mijnwerkerskapel altijd in Kerkrade zelf lag, maakte het korps ook regelmatig concertreizen in binnen- en buitenland. Daar zaten ook eervolle uitnodigingen bij, zoals de processie op de Dam voor koningin Wilhelmina ter gelegenheid van haar zilveren jubileum als regerend koningin in 1923 en haar 40-jarig jubileum als koningin in 1938.

Na de Tweede Wereldoorlog nam de mijnwerkerskapel ook om de vier jaar deel aan het Wereld Muziek Concours (WMC). Traditiegetrouw speelde het mijnwerkerskorps het volkslied bij de openings- en sluitingsceremonie, gaf een muzikale ontvangst aan de hoogwaardigheidsbekleders en verzorgde een optreden in het Kerkraadse stadion.

Met de sluiting van de mijnen tussen 1966 en 1974 verdween ook het mijnwerkerskorps. De mijnwerkerskapel overleefde zelfs de sluiting van de Domaniale niet. In juli 1967, ruim twee jaar voordat de laatste antracietkolen uit de Domaniale naar boven kwamen, werd het oudste mijnwerkerskorps van Nederland opgeheven.

https://www.demijnen.nl/actueel/artikel/de-bergkapel-van-de-domaniale

https://kerkradewiki.nl/kerkrade/wereld-muziek-concours/

In 1972 had het muziekkorps van de Domaniale ter ere van het bezoek van koningin Juliana nog één keer gespeeld. (Herzogenrath – Die lebendige Grenzstadt in Bildern vergangener Tage (M. Bierganz – T. Kutsch)

Scroll naar boven

Ooggetuigenverslag

Ooggetuigen

De muziekvrienden Harry Thoren, Willie Beetz en Heinz Kebeck ontmoetten elkaar in de jaren 70. Heinz Kebeck en Willi Beetz speelden in de Kapelle Straß 1880 e. V. uit Herzogenrath. Ze waren toen allebei 16 jaar oud. De festiviteiten aan de kant van Herzogenrath en Kerkrade vonden op verschillende dagen plaats. De carnavalsoptocht aan Herzogenrathse zijde was zodoende op zondag en de Kerkraadse optocht was op maandag. Heinz en Willi hadden dus ruim de gelegenheid om de Kerkraadse muziekorkesten te horen. De dirigent van het Nederlandse orkest was een professionele muzikant, dus het repertoire van de band was gevarieerder en er zaten meer jonge mensen in het orkest dan in het Duitse orkest. Ze waren er zo enthousiast over dat ze besloten om ook bij dit orkest te gaan en daar leerden ze Harry kennen. Het begin van een vriendschap.

Om naar de muziekrepetities aan de andere kant van de grens te gaan, sprongen de jongeren over het draadhek. De reguliere grensovergangen waren te ver voor de jongeren. Vanuit Duitsland naar Nederland komend was dat geen probleem, de Nederlandse douane kneep een oogje dicht. Toen de repetities ’s avonds voorbij waren en ze rond 21.00 uur weer naar huis wilden, controleerden de Duitse douanebeambten de jongeren kort nadat ze de grens waren overgestoken. Ze dachten al dat ze bijna thuis waren, maar toen kwamen de douanebeambten en namen Heinz en Willi mee naar het douanekantoor, ofwel naar Pannesheide of naar de grensovergang Aachener Straße. Daar moesten hun ouders hen ophalen en “vrijlaten” tegen betaling van 10,00 DM.

Heinz Kebeck bericht dat zijn oom, Heinrich Kebeck, destijds de dirigent was van het orkest van Straß: van 1938 – 1980 en daarmee was hij dus ook de dirigent, die bij de Gouden bruiloft in 1954 het korps van Straß aan de Neustraße had aangevoerd. De kapel van Straß had ook deelgenomen aan de eerste WMC-edties. In 1951 bij de eerste WMC-editie en in 1954 nog eens. Zo kon zelfs een eerste prijs bij de marswedstrijd worden binnengesleept.

Vele jaren lang stond het WMC zeer dicht bij de burgers. De vrienden melden dat de deelnemers uit de andere landen tijdens het evenement bij gastgezinnen verbleven, voornamelijk bij leden van de Kerkraadse orkesten. Dit bracht een speciale sfeer met zich mee. Afhankelijk van het land waar de deelnemers vandaan kwamen, kon men alleen in het Engels communiceren en soms alleen met “handen en voeten”. Muzikanten uit Bulgarije vertelden ons bijvoorbeeld dat hun van tevoren was verteld dat de woningen van hun gastgezinnen waren ingericht met geleend meubilair, zodat ze een goede indruk konden maken op de internationale muzikanten. De spullen zouden alleen maar westerse propaganda zijn, na het WMC zou alles weer ingeleverd moeten worden. De muzikanten uit de toenmalige USSR werden zelfs door KGB-personeel “begeleid”.

Tijdens koorrepetities en optredens moesten de muziekliefhebbers altijd de verschillende zomertijdregelingen in de gaten houden. Want, wat veel mensen vandaag de dag niet weten, de zomertijd werd in Duitsland in 1980 ingevoerd, maar in Nederland drie jaar eerder – in 1977. Dit was ook extra vervelend voor de grensarbeiders.

Voorheen was er een zomertijdregeling in Nederland van 1916 – 1944. In Duitsland werd deze echter onderbroken: 1916 – 1918 en van 1940 – 1944 en 1945 – 1949.

Een andere beperking was het rijverbod op zondag. Zelfs voor de oliecrisis in 1973 waren er al rijverboden op zondag in Nederland. In de tijd tussen 25-11-1956 – 20-01-1957 en dan tijdens de oliecrisis in de jaren 70 van 04-11-1973 – 06-01-1974. In Duitsland was er in deze periode op vier zondagen een rijverbod van 25-11. – 16-12-1973. Zo was er dan in Nederland regelmatig een rijverbod, maar in Duitsland niet. Als er op zondag optredens over de grens plaatsvonden, moest hier altijd rekening mee worden gehouden bij het vervoer van de muziekinstrumenten. Deze transporten werden sowieso streng gecontroleerd door de douane. Waren er op de terugweg nog steeds evenveel muziekinstrumenten als op de heenweg?